HOME  SCHRIJFWIJZE  |   STUKKIE |   GEDICHT  |   GASTENBOEK



Schrijfwijze


Spreekwoorden en Gezegden

Stukkies

Gedichten

Gastenboek






Vrouw in bakkerswinkel:
Mag ik van u twee ons suisjes?

Meisje tegen vriendje:

Ja ik kom eraan, ik moet me nog even andersom aantrekken”

Student hard door de collegezaal:
“Verrek, ik heb mijn trui krang aan”

Meisje in muziekwinkel:
“Ik wil graag een nieuwe gitaarhuis”

Jongen bij dokter:
“Dokter ik heb zo’n last met sluiken”

Op een winkeldeur:
“Deur klempt”

Scholier tegen leraar:
“Meneer ik raak kats in de stress!”

Jongen tegen de dokter:
“En toen ben ik toch op de bek gestoekt”

Vader tegen kind:
“Je loopt mij bijna tundersteboven”

Oma, in de nieuwe keuken:
“Oh, wat een mooie grote avond zit erin”

Onze schrijfwijze

Uiteraard kan de streektaal per plaats verschillen. Wij gebruiken in onze teksten de taal zoals die rondom Hellendoorn en een heel eind Salland in, wordt gebruikt. Dat betekent bijvoorbeeld geen ‘hoes’ maar ‘huus’ (huis) en geen ‘köpke’ maar ‘köppie’ (kopje).
We gaan er tevens van uit dat de lezer al een beetje op de hoogte is van de uitspraak van de streektaal. Daarom worden zo weinig mogelijk puntjes, streepjes en apostrofjes gebruikt. Iemand die het Engelse woord ‘knowhow’ letterlijk zou uitspreken, geeft aan geen enkel gevoel voor de Engelse taal te hebben. En dat gevoel is ook voor de streektaal heel belangrijk, temeer omdat we altijd zeggen dat we ons in het dialect zo goed kunnen uitdrukken, vaak beter dan in het Nederlands.
En tot slot vinden we dat je je (vooral bij gedichten) enige vrijheid van schrijven kunt veroorloven, ook daarin mogen we gerust creatief zijn.

Klinkers
Waar we ea schrijven wordt de uitspraak zoals in het Engelse woord ‘head’, of het Nederlandse woord ‘literair’.
Voorbeelden: weam = weven, deanken = denken.
Het leam duurt maar eam = het leven duurt maar even.

Met oa geven we de lange 0-klank weer zoals in het Engelse woord ‘war’, of in het Nederlandse woord ‘rose’.
Voorbeelden: boam = boven, zwoar = zwaar, kloar = klaar.
Doar kump den oaln an = daar komt die oude aan.

De ö geeft de korte Duitse ö in 'Köln' aan.
Voorbeelden: nös = nest, götte = goot, bösseln =- borstelen.
Het vrös en de wind blös = het vriest en de wind blaast.

De öa geeft de lange ö-klank zoals in 'oeuvre' weer,
sommige schrijvers gebruiken liever öö .
Voorbeelden: genööl = gezever, pööltie = paaltje.
Hij stiet nööst de kachel = hij staat naast de kachel.

De ä wordt door veel schrijvers niet gebruikt, het geeft aan dat een korte a moet worden uitgesproken zoals in stät (staart).


De stomme R:
Een R wordt altijd geschreven maar wordt nooit uitgesproken.
Voorbeelden: zwart, verdan, noar, vort of meer

Uitgang (e)n:
In zijn algemeenheid wordt de ‘en’ wel geschreven als de ‘e’ duidelijk wordt gehoord en om de leesbaarheid te bevorderen.
Voorbeelden: mussen = mutsen, beginnen, hebben, tussen of lozen

Veel schrijvers laten de ’e’ weg als die niet wordt gehoord.
Voorbeelden: maakn = maken, loopn = lopen of knooin = knoeien

Ook worden ze geschreven als een –m of –ng
Voorbeelden: schriem= schrijven, begraam = begraven, zeng – zeggen.

De uitgangen van verkleinwoorden zijn met ‘ie’
Voorbeelden: hundtie = hondje, köppie = kopje, bluumpie = bloempje

Samentrekkingen:
Samentrekkingen van (werk)woorden verdelen we met behulp van een koppelteken (streepje).
Voorbeelden: zo-j = zou je, ko-w = kunnen we, of wi-w = willen we.
Duidelijker is het: zol ie, könne wie en wille wie te schrijven.

Tot zover een beknopt overzicht van onze schrijfwijze. Het is goed een gezamenlijke schrijfwijze aan te houden, maar laat het u niet weerhouden met ons dialect aan de gang te gaan. Uitgebreide schrijfwijzen zijn terug te vinden op het internet of kan worden aangevraagd bij de Stichting Johanna van Buren in Hellendoorn.

 

Ojan 2005